Maken is mijn woord voor 2026.
Ik bedacht het vorig jaar november. Het lukte me toen wekenlang om nog maar 30 minuten per dag op mijn telefoon te kijken. Het leverde rust op, maar vooral weer originele ideeën.
Fijn! Maar met die ideeën wil je ook iets doen.
Zo werd maken mijn woord.
Het eerste wat ik maakte was een concept prentenboekverhaal genaamd: Wat zoek je. Geïnspireerd door de vraag van mijn jongste, toen ik nog te veel op mijn telefoon kijk en hij vroeg: “Wat zoek je?”

De belangrijkste belofte: plezier
Ik wilde maken en plezier maken. Dat betekende ook dat iets niet perse ‘af’ moest en daarom duurde het ook niet lang voordat ik met iets nieuws begon.
Een spel genaamd: Draakje Dirk. Een spel om betere gesprekken te voeren met je kinderen tijdens het avondeten. Omdat onze gesprekken altijd zo gaan:
“Hoe was het op school?”
“Ja, leuk”
“Wat heb je gedaan”
“Weet ik niet meer”
Eigenlijk wilde ik dit concept met anderen uitwerken, maar het idee vormde zich zo snel in mijn hoofd, dat ik binnen 2 weken een prototype klaar had om te testen.

Na een oproep meldden velen zich aan om te testen. 5 Gelukkigen kregen een prototype per post en zelf ging ik ook aan de slag. Het werkte best goed en de kinderen maakte zelfs ruzie over wie er vandaag een kaartje uit de zak van Dirk mocht pakken.
Maar na het testen wat het ook wel een beetje klaar. Ondanks dat het spel nog beter kon en ik feedback kreeg van anderen. Het was goed zo.

Daarna maakte nog wat andere spelletjes (lees: prototypes), zoals een monstersuperkracht spel met zelfgemaakte dobbelstenen. Deze maakte ik samen met mijn oudste zoon. Dat speelde we een keer en dat was leuk. Punt.

Ondertussen
Organiseerde ik ook nog 2 keer een online Tododag, genaamd: Taadaadag. Het idee is heel simpel. We hebben allemaal taken die we al een tijdje uitstellen. Laten we een dag prikken en die samen uitvoeren. Dan doen we 45 minuten werken, 15 minuten wandelen. Dat deed ik 2x met oude bekenden, super leuk. Maar ook prima als het hier bij blijft.

Verhaaltjes tekenen
Daarna begon ik met korte verhaaltjes tekenen en schrijven. Dat begon met grappige dialogen met mijn kinderen of wc-verhaaltjes tekenen samen met de oudste.

Dat mondde als snel uit in grote verhaaltjes met tekeningen in de vorm van een Zine. Zoals dat ik geen mening heb, over het ouderschap en zelfs een hele ode aan de figuranten van het leven.

Geen tekort aan verhaallijnen, maar na het publiceren deze drie verhalen merkte ik weer het klaar was.
Het was goed zo.
Het was tijd voor even niets maken.
Het was tijd voor rust.
Mediteren en sporten. Ondertussen maakte ik al behoorlijk wat in 2026, los van alle projecten op werk.
Maar de ideeën bleven. Zelfs als ik mediteerde op de koan: “Als niemand mij ooit ziet slagen, wat in mij wil er dan toch geleefd worden”.
Het verlangen achter de ideeën
Als ik terugblik op mijn maakproces zit er onbewust nog een verlangen achter. Namelijk samen iets maken met anderen en tijdens het proces vrienden maken/zijn.
Zoals deze winter tijdens sneeuw.
“Wat ben je aan het doen papa?”
“Ik bouw een iglo, doe je mee?”
“Ja, leuk”
Dat deden ze niet overigens, maar de oudste vertelde het wel aan iedereen. Waardoor niet veel later de hele buurt mee aan het bouwen was aan de iglo. Toen de iglo klaar was, was het ook klaar. We sliepen er niet in, maar het gaf me een groot voldaan gevoel.
Maar hoe haak je anderen aan?
Dat is wat ik nog mis mijn maakproces en wat ik nog te doen heb. Anderen aanhaken zodat we samen kunnen bouwen. Ik voel dat het mijn missie is om 100+ concepten in de wereld te zetten. Van lokale crosspaadjes en tot ijskraam waar je geen smaken maar emoties kiest. Nu doe ik vaak nog alleen.
Dit is wat op dit moment, voor mijn gevoel, te doen heb:
Onderzoeken hoe ik mensen het beste laat aanhaken bij het waarmaken van mijn ideeën, zodat ze blijvend in de wereld worden gezet.
Met als doel: 100 ideeën waarmaken.
Doe je mee?
Geef een reactie